• Bootcamp in het Noorderplantsoen

Bootcamp in een bevroren Noorderplantsoen

De bomen zijn wit. Er zit ijs op. Het ziet er prachtig uit, zeker wel, maar ik ben blij dat ik binnen zit. Nog wel. Ik heb collega C net beloofd dat ik vanavond meedoe met bootcamp in het Noorderplantsoen. Ik snap nu al niet meer waarom. Wat een idioot ben ik ook.

Bootcamp. Dat is rennen, oefeningen doen, nog meer rennen, nog meer oefeningen, en zo door en dat een uur lang. Zwaar dus, ook als het zonnig is en de grond niet bevroren. “Het valt mee”, verzekerde C me. “Na tien minuten voel je die kou echt niet meer.”

Rond vijf uur ‘s middags vriest het al een paar graden. “Ik ga vanavond buiten sporten”, verzucht ik. “Klaag niet zo”, sneert collega B, die zelf is uitgeschakeld door een knieblessure. “Dat is juist heerlijk”, begint collega G tegenover mij een bezielend betoog.

Ik weet wel beter.

Onderweg naar huis bedenk ik een actieplan. Eerst de verwarming aan, op 21 graden, dat is fijn als ik straks thuiskom. Pasta maken. Mijn thermo-ondergoed en sportkleding op de verwarming leggen. Pasta eten. Omkleden. Handschoenen. Sjaal. Fuck, waarom heb ik geen muts?

Er komt vast niemand, denk ik als ik rond kwart over zeven naar het Noorderplantsoen fiets. Die helse kou en bovendien is het vanavond Sinterklaas. Zul je zien, staan we daar zo met zijn tweeën te bibberen. Serieus, ik heb het nu al koud. Dit is het slechtste idee ooit.

Iets voor half acht. Terwijl ik door het park rij, kom ik al twee bootcamp-groepen tegen. Plukjes sporters rennen om de vijver, de anderen liggen op hun rug op de koude grond. Buikspieroefeningen. Naast het restaurant in het midden van het park staan nog drie groepen.

Ruim een uur later ben ik kapot. Ik heb op mijn hardst gesprint. Ik ben als een kikker de trap opgesprongen, en nog eens en nog eens. Ik heb me op de bevroren grond opgedrukt. Ik deed tig jumping jacks en lunges en burpees en weet ik wat voor rare oefeningen met al even rare namen nog meer.

En koud? Welnee. Na tien minuten voelde ik de kou inderdaad al niet meer. Op de fiets terug naar huis prijs ik collega C. “Wat was dit fijn! Wat ben ik een sukkel dat ik zo aan het klagen was! Wat goed dat je me hebt meegesleept! Ik voel me zo heerlijk voldaan!”

Thuis. Ik open de voordeur. De hitte knalt tegen me aan. Een-en-twintig graden. Niet te doen.

Wat een idioot ben ik ook.

By | 2017-05-26T22:12:51+00:00 December 5th, 2016|Categories: Andere verhalen|Tags: |2 Comments

2 Comments

  1. Teun Jan December 6, 2016 at 09:12 - Reply

    +1!

    Mooi beschreven en leuk om te lezen :)

    • Maaike Wind December 6, 2016 at 14:47 - Reply

      Thanks!

Leave A Comment